Een Travellerspoint reis blog

Gedaan met de pret

sunny

Weinig mensen gaan dit nog lezen, aangezien ik net vandaag terug ben van weggeweest. Terug in Nederland...nadat ik mijn vliegtuig had gemist (!) en nu gejetlagged. Het is nu half 2 's nachts, misschien zou ik moeten gaan slapen. Maar ik wil toch goed afsluiten en voor de allerlaatste keer over de afgelopen twee weken schrijven. En dan, dan vrees ik dat het voorlopig gedaan is met de pret.

Zit nu weer in mijn oude vertrouwde kamertje te tikken, 'grupo 5' op de achtergrond. Uiteindelijk is het niets anders dan vreselijk slechte muziek die slechts gaat over 'Grupo cinco!! Solo importa que tu me quieras.....gran y unico amóór' (het enige dat telt is dat jij me wil yeah...mijn enige echte grote liefde). Ach ja, cumbia. Maar ik luister het om nog eventjes in dat sfeertje te blijven. Dat sfeertje van een opeengepakte Peruaanse minibus (zo'n 15 mensen) die met een rotgang inhaalt, bochten neemt, langs dorpjes en akkers sjeest terwijl uit de luidsprekers bijna altijd Grupo 5 galmt. Grupo 5 (vijf muchachos natuurlijk), een legende hier in Peru, na zo'n 10 verschillende bussen weet ik inmiddels dat ze het monopolie bezitten op de lokale radiomuziek. En nu, luisterend naar grupo 5, sijpelt het gevoel van pure nostalgie al een beetje door...

Afijn, de laatste keer dat ik schreef was ik in de jungle. Dat was me wel een avontuur geweest zeg! vraag me niet hoe of waarom, maar de laatste 2 weken ben ik niet in staat geweest om veel andere backpackers te ontmoeten en kwam ik op een of andere manier telkens weer uit bij de lokale (soms hippie) Peruanen. Zo ook in Shanau, een minidorpje met een mini pleintje vlakbij Tarapoto. Tarapoto is ook geweldig trouwens. De markt is wederom fantastisch met zoveel fruit en groenten, maar ook visjes, cavia's (=cuy=delicatesse...? dat wil zeggen absoluut NIET aan mij besteed...)insecten (alleen in bepaalde seizoenen helaas, want dat had ik wèl willen proberen), reptielen, slakken, alles wat leeft en enigszins eetbaar is zeg maar. Het is wel een stad in de jungle dus er wordt ook veel verse vis gegeten (uit de Amazone) samen met gebakken banaantjes. Maar ik moest dit keer gewoon groenten eten (vitamine tekort!!). Gelukkig is alles mogelijk in Peru. Dus ben ik mijn eigen groenten gaan kopen en heb ik ze afgegeven aan een kraampje waar ze het voor me zouden koken tegen betaling natuurlijk. Het grappige is dat ik uiteindelijk zelf achter het kraampje ben beland (lol met de eigenaresse), om vervolgens mijn eigen eten maar te koken (ze wist niet zo goed wat ik wilde; maar ze vond mijn eten lekker hoor:). Buik weer vol, ben ik later op de dag dus door twee aardige Peruanen uitgenodigd om naar Shanau te komen, aangezien daar 's avonds een dorpsfeest zou zijn, omdat Shanau 70 jaar bestond. Hup, meteen maar gegaan, met meerderen in een taxi (heel gebruikelijk in Peru dat er nog iemand in een open kofferbak bij wordt gepropt, vaak een jongen en dat er twee mensen 'erg comfortabel' voorin naast de chaffeur mogen zitten). Eenmaal in het dorp, begon het feest rond 21.00. Er was een lokale band (het klonk ook wel erg lokaal, dat wil zeggen: niet echt professioneel of zozegd 'mooi'), maar toch was het een heel leuke avond. In een gebouwtje iedereen dansen, maar met name de wat oudere generatie (die is tenminste al over zijn schaamte heen) zette de voetjes van de vloer. Salsa, merengue, cumbia, huayno, was ontzettend leuk om echt de enige gringo te zijn. Werd daardoor wel aangestaard, maar goed, het zou wat. Aan het eind kwam er nog een optocht binnen van mensen met trommels, trompetten en vraag me niet wat nog meer, en het was de bedoeling om gearmd in paren de optocht naar buiten achterna te dansen in rondjes. Dat heb ik dan maar gedaan he....haha, was erg leuk.

Volgende dag heel vroeg naar Yurimaguas gereisd, een stadje nog meer in de jungle en nog warmer, en met nog meer rare beesten waarschijnlijk. Het was hectisch, maar toen maar meteen de boot gepakt richting Lagunas, een klein dorpje dit keer echt midden in de jungle. De boottocht...de heenreis viel nog mee gelukkig. Het duurde zo'n 10 uur, maar iedereen had zijn eigen hangmat meegebracht om in uit te rusten. Ook ben ik het dek opgegaan, om de rivier en de vegetatie langs de bedding te zien en om onder een prachtige lucht te verkeren. Maar daar kom ik nog op terug. Heb de heenreis vooral gesocialised met de aardige kapitein. Midden in de nacht kwam ik aan in Lagunas waar mijn gids al op me stond te wachten. Met de moto taxi naar zijn huis gereden en overnacht in mijn erg handige hangmat. Zijn huis was al een ervaring op zich. Veel families wonen vaak nog met zijn allen, schoondochters en kleinkinderen inclusief, bij elkaar. De grond bestaat uit verhard zand, de muren uit klei of houten planken, misschien staat er eens een kitschy kast met televisie en stereo en nepplantje, wat 'erg rooms katholiek' uitziende schilderijachtige portretten aan de wand, geen deuren, maar verwassen half afgerafelde gordijntjes scheiden de kamertjes en de douche, tja, die bestond uit een waterput, een teil met beker en euh...loslopende kippen in de achtertuin. Ik vind veel prima, maar naar de w.c kon ik daar echt niet. Ik kòn het gewoon niet, zo'n ongelofelijk smerige bende was het (voor degenen die het nog lezen zal ik de details maar besparen). Dus vooral maar in de, jawel, natuur.

Volgende dag kreeg ik een behoorlijk zwaar ontbijt onder mijn neus gedrukt, maar niks ten nadele van deze aardige familie hoor. Een enorme omelet met uien, brood en 3 gebakken bananen, wow...hoezo koolhydraten. En toen kwam mijn gids opdagen: Alguiles. Een jongen van 28 denk ik, zo klein en zo bruin, zoals zovelen zijn in de Peruaanse jungle. Maar ongelofelijk aardig, behulpzaam en eigenlijk gewoon een schat van een mens (als je het mij vraag was hij een beetje verliefd geworden op een eerdere toerist uit Israel, ik heb honderduit gehoord over dit blijkbaar fantastische meisje haha). Ik vond het ergens wel spijtig om alleen de Amazone in te moeten (ha, moet je horen hoe verwend die klacht klinkt), maar het kwam nou eenmaal zo uit. En het waren al met al 4 hele avontuurlijke en onvergetelijke dagen. Het was af en toe wel even doorbijten wat betreft de insecten (ben echt veel gebeten door zanquidos, geluidsloze beestjes die een stipje bloed achterlaten en de volgende dag heb je opeens een enorme bult, fijn...vooral omdat je ze niet hoort). Maar gelukkig kwamen ze vooral 's avonds, overdag zonder problemen onbedekt rondgevaren en -gelopen. En het was mooi! Het was echt mooi...in ons peddelbootje, zonder geluid, slechts het druppelende golvende water van de donkere rivier temidden van mangrove achtige doorgangen, overhangende wortels, gedraaide takken, waterlelies met gekronkelede stengels, witte eucalyptessen, vermengde kleuren mos, spinnenwebben, verschillende soorten palmbomen, rode bloemen en planten, koningsblauwe vlinders. WAUW, wat was het mooi. En de dieren, de dieren waren geweldig. Hoe vaak denk je nou in je leven als je een geluid hoort: goh, zou dat nou een bruingestreept aapje zijn, een roze rivierdolfijn, een geelgroene papagaai in de bush bush of misschien is het wel gewoon een vallende vrucht? Nou dat denk je dus in de Amazone...alles is mogelijk. Luie wollige apen, zwierende guitige aapjes, spelende zeehonden, slangen, leguanen, geelzwarte vogeltjes, spechten, tarantula's, anaconda's. Into the Wild! Discovery channel liegt niet, geloof me, het ziet er echt zo uit en het is een prachtig natuur en dierenrijk wat echt nooit verloren mag gaan. Zelfs mensen raken onder de speling van de Amazone, het is niet voor niets dat er nog steeds veel sjamanen (ook obscure en slechte volgens Alguiles, natuurlijk zijn er ook veel hallucinerende middelen, Ahuayasca is erg bekend, wat je schijnt te leiden naar je diepste zieleroerselen), jungle heksen en traditionele stammen bestaan diep in het oerwoud die nog nooit een westers mens hebben ontmoet. Alguiles heeft me ook veel medicinale planten laten zien. Ontzettend veel kennis had hij, kende het hele nationale park op zijn duimpje. Was wederom aan de slappe poep, maar met het magische goedje van Alguiles was ik er na een half kopje Shanshocaspi (klinkt fancy he, het is een bordeauxrood extract van gekookte schors) weer bovenop. Moet je nagaan, normaal gesproken krijg je een antibiotica kuur van 6 dagen voorgeschreven! Vandaar dat ik alles geloofde wat hij me liet zien, ow, deze wortel, ja die reinigt je longen en versterkt je spiermassa, ow deze stengel is goed als je 40 graden koorts hebt, ow ja, dit soort sap maakt je vruchtbaar als je het daarvoor niet was. Dus mensen, heb je een kwaal, komt allen naar de Peruaanse jungle en laat bedevaartsoord Lourdes zijn voor wat het is! Nee, ik meen het serieus, er zijn zoveel toeristen geweest met kwalen die zeker na Shanshocaspi geen menstruatie klachten meer hadden, na twee maanden verlost waren van de diarree etc.

Ook zijn we 's avonds met ons bootje gaan varen, oei, dat was spannend. Ik was ontzettend ontspannen, totdat ik besefte dat zoals met ons mensen, ook 's nachts vooral het dierlijk gespuis naar buiten schijnt te komen. Dat wil zeggen: giftige slangen met rode ogen, eng dichtbij overvliegende vleermuizen, loerende nachtapen, stinkende waterratten. Nou, na een uurtje had ik het wel gehad hoor. Het bleef bijzonder om slapende vogeltjes te spotten (had nog nooit een slapend vogeltje gezien, maar het is heel grappig, het is net een bolletje wol met veren op een takje), met het gekwaak en gekrekel, de sterrenhemel, de maan en alle schaduwen van het struikgewas, maar het merendeel van de beestjes is overduidelijk iets minder lief 's avonds. En er zijn muggen! Dus terug naar ons houten huis op palen dan maar, waar 's avonds vleermuizen in mijn kamer vlogen. Gelukkig had ik een muggennet, het zijn geen fijne beesten. Sterker nog, het idee dat sommige bloed zuigen uit andere beesten is simpelweg vies. De volgende dag gezwommen in de rivier, maar eerlijk gezegd voelde ik me toch wel een beetje ongemakkelijk. Niet vanwege vissen (die belandden toch elke dag op mijn bord), maar ik wist dat er slangen en ook krokodillen in de rivier zaten, vandaar. Maar ik heb al mijn ledematen behouden gelukkig. Het was nog wel regenseizoen, waardoor we helaas weinig door de jungle hebben kunnen lopen en niet veel bloemen, vlinders en vruchten hebben gezien. Maar niet getreurd, het was alsnog onvergetelijk mooi. Ik ben daarna nog een nacht en halve dag in Lagunas gebleven. Ook eigenlijk heel bijzonder om te zijn. De straten stoffig, de huisjes krakkemikkig, heel veel moto taxí's, en de mensen levenslustig. Dat wil zeggen, meisjes krijgen kinderen op hun vijftiende! Maar er wordt ook gevolleybald, gevist, mensen zitten buiten op hun bankje Maracuya of kokos te eten, er wordt salsa of een andere Peruaanse beat gedraaid, meisjes lopen rond in shorts en slippers (vraag me niet waarom, maar velen zijn stevig en grof, en niet mooi trouwens, de mensen in het Andesgebergte zien er veel verfijnder uit), iedereen is echt bruin. Buena onda hoor. Maar ik was ook blij om te vertrekken uit de jungle, de broeierigheid werd me een beetje te veel, net als alle rotmuggen. Reken maar dat het echt niet makkelijk is om in zo'n klimaat en omgeving te wonen, maar de locals zijn er al aangewend natuurlijk.

Maar goed, ik wist nog niet wat me te wachten stond (alhoewel ik bij het zien van de boot al wel zo'n vaag vermoeden had, ooh nee, en ik was al vrij brak, ik had amper geslapen omdat er een muis op mijn matras was geland 's nachts, nou, geen oog meer dicht gedaan natuurlijk). Namelijk één van de meest tergend langzame en plakkerige reizen ooit. Maar ik had geen keus, ik moest terug reizen. Zo'n ruim 21 uur op een houten boot die zo ongeveer elke 20 minuten ergens stopte om ladingen hout, vis en palmbladeren in te laden en geloof het of niet: met kakelende kippen en varkens onder het trapje geduwd (arm beest), met hangmat tussen 50 anderen op minder dan 30 vierkante meter, met muggen en hitte en zweet...en geen zuchtje wind te bekennen. Ik heb het geprobeerd, ik heb mijn uiterste best gedaan, maar na al 15 uur op de boot te hebben gezeten, kon ik echt niet langer dan een half uur in mijn hangmat liggen voordat ik gillend gek werd van de zure weëige zweetlucht, de kinderen op de vloer, de etensresten en de muggen. Vlucht echt! Op naar het kapiteinshokje waar ik de nacht maar heb doorgebracht, op een plastic stoel welteverstaan. Maar de bootreis was het waard wat betreft: de Lucht! Rond een uur of 17.00 begon het aangenaam te worden, de zon ging onder en er was wat meer wind. Ik ben voorop het houten stuk gaan zitten en heb daar één van de mooiste twee uren uit mijn leven meegemaakt. Zonder te overdrijven, de lucht bestond uit een babyblauwe hemel, wolken in de vorm van witte kastelen, zachtwitte vervaagde sculpturen, uitelkaar geblazen wolken, een roze waas, dieporanje lichtgevende poorten die recht schenen te leiden naar de hemel. En dan die hele lage horizon met ondergaande zon, het donkere spiegelende water en vegetatie zo verzadigd groen dat het een fantasie landschap lijkt, vanuit graffiti gecreëerd. De lucht is zo mooi, omdat het schoon is, omdat er heel veel zuurstof in de lucht zit vanwege alle vegetatie. Ja, hoe bizar het ook klinkt, niet perse de dieren of de planten, maar de hemel is wat mij betreft één van de mooiste dingen in de Amazone.

Ik kwam als een bezwete zombie van de boot, maar ik had wel de mooiste lucht ever gezien:). Als een bezwete zombie dan ook maar meteen door naar Tarapoto gereisd om de volgende dag een vliegtuig terug te pakken naar Lima. Maar oh oh, wat was ik ziek. Ik neem mijn woorden van de vorige keer zonder meer terug. Nu kan ik geen Ceviche meer zien of horen. De vis was waarschijnlijk over datum (als ze dat kennen op de markt in ZA), want zelfs water kon ik niet verdragen. Ik was ontzettend verslapt natuurlijk, dus gelukkig dat ik in Lima meteen bij de spoedeisende hulp tercht kon. Door mijn ader opnieuw gehydrateerd en een kuur gekregen. En wonder boven wonder, was ik er de volgende dag weer bovenop. Afgezien van het feit dat ik zo'n 25 pillen mee had gekregen en 5 dagen lang alleen gekookt mocht eten. Nog dagje in Lima doorgebracht om even op adem te komen. Ben toen naar een heel tof museum geweest over Pre-Inka culturen in Peru. Veel zilver, stenen gebruiksvoorwerpen en erotische keramiek gezien (nou, en om het maar even kort door de bocht te zeggen, dat laatste is letterlijk gesproken, geen slap gelul hoor).

Daarna ben ik nog naar Huancayo gereisd, recht door het Andes gebergte maar weer. Ik wilde heel graag nog wat meer zien van het typische 'echte' Peru. Ik had de baseñas met vlechten, felle kledij, adobe huisjes, ezeltjes en folklore traditie gemist in de jungle waar de mensen en de cultuur compleet anders aanvoelen. Maar Huancayo viel een beetje tegen, het was gewoon een grote stad, die ook niet al te veilig aanvoelde. Heb daar nog wel een aardige Peruaanse ontmoet (met verwend zoontje) van 23 met wie ik een dagje op stap ben geweest naar omringende dorpjes. De dorpjes waren leuk, maar zoals zovelen dorpjes viel er weinig te doen. Wel nog een lokaal feest bezocht en geloof het of niet, Peruaanse opa's kunnen goed met je dansen! 'S avonds gaf haar zus nog een performance vanwege moederdag op school. Dat is echt een big deal, moederdag. Hele toneelstukken werden opgevoerd, prijzen uitgereikt, christelijke speeches werden gehouden en er werd veel gedanst. Dat laatste was het leukst. Veel klassen waren traditioneel gekleed, de ene groep in rokken en grote hoeden volgens de regio Cusco, de andere groep in felgekleurde pakken zoals ze dragen in Arequipa, de andere groep zag eruit als gestreepte poppetjes zoals in weet ik veel waar. Het was kleur- en feestrijk in ieder geval.

De volgende dag weer teruggereisd naar Lima. En daar mijn allerlaatste dagen doorgebracht in alle rust, misschien iets te rustig, aangezien ik mijn vliegtuig had gemist door mijn eigen stomme rekenfout. Maar goed, ik ben er weer. Nog even Lima, beetje op het strand gezeten in Barranco, nog wat hippie Peruanen ontmoet (één van hen was oud, maar bijzonder met zijn instrumenten van over de hele wereld, zijn poëzie en artesania, en prachtige kinderen).

En dat was het dan...Einde verhaal. Het was echt een verhaal, voor mijn gevoel heb ik een verhaal geleefd. En dit was de laatste bladzijde, geschreven en beleefd.

Geplaatst door littlelost 18:54 Gearchiveerd in Peru Tagged backpacking Reacties (0)

Doe meer met Travellerspoint

Reis Blogs | Reis Forums | Reisgids

Niemandsland

all seasons in one day 33 °F

lieve mensen,

waarschijnlijk alweer mijn voorlaatste update! Nog twee weekjes in Peru en het zit erop, de reis ten einde...maar niet getreurd, heb weer veel te vertellen. Dus ga er allemaal lekker voor zitten zou ik zeggen, en geniet mee van Peru!

In Pisco ben ik slechts een dag gebleven. De rieten huisjes die zijn opgebouwd na de aardbeving van 2 jaar geleden, gaven het stadje nogal een armzalige uitstraling. Toch opnieuw aardige Peruanen ontmoet, bruinverbrande en gepensioneerde mariniers die natuurlijk Rotterdam kenden. Samen met deze guitige meneer een heerlijke lomo asaltado gegeten (=patatjes, met rijst net zo goed als de Chinese, heel veel uien , tomaat en reepjes rund). Peru heeft echt het allerbeste eten! Ik eet me een slag in de rondte. Geen Argentijnse steak of Boliviaanse tamal voor mij, ik ga voor de Ceviche erotico (zoals beschreven in de Lonely planet haha)!! Rauwe vis met chilli en limoensaus en zoete aardappel. Echt fantastisch en overal te vinden, vooral langs de kust natuurlijk. Over de kust gesproken, vanuit Pisco richting Paracas gereisd waar ik met een groepje Spanjaarden had afgesproken. Twee heel leuke dagen gehad met verschillende mensen. Geen typische gringos, maar Basken, Fransen en Peruanen. Mooie rustige stranden temidden van compleet droge zandvlaktes, oftewel time to relax. Je kent het wel, zwemmen, opnieuw kampvuurtje (bij gebrek aan hout maar de lokale bamboe gebruikt) en de beste vis ooit gegeten (we hadden een kokkin in ons midden aha). Iedereen eten met de handjes, heel goed sfeertje. En de lokale vismarkt!! Geweldig, we waren de enige toeristen temidden van een kolonie overvliegende pelikanen, zeemeeuwen, vissersbootjes, een ondergaande zon vlak aan het strand, Peruaanse vissers met kisten en netten en marktvrouwen met messen bloederig van schubben en ingewanden. Geweldig toch!! De derde ochtend nog wat anders fenomenaals gezien. Alhoewel Islas Ballestas bekend staat als de poor Galapagos eilanden, was ik toch wel heel erg in mijn sas bij het zien van duizenden vogels in verschillende soorten, opeengepropt op een stel rotsen serieus bedekt met een 10 cm. dik reliëf aan witte guano, oftewel vogelkak. Allemaal kwetteren, vliegen en broeden, haha, gekke beesten. Net als zeehonden, wat mij betreft de ultieme vorm van rollen vet, bruine kwabben en priemende kraaloogjes. Het paareiland was een wereld op zich. Laten we zeggen de onstuimige wereld van de (zee)dieren waar mensen niks van begrijpen, neem dat maar van mij aan. Ik wist niet wat ik zag. Een klein eilandje met honderden parende en brulllende zeehonden en in de branding nog eens honderden baby zeehondjes spartelend en meedeinend. En het ging maar door en een lawaai dat ze produceren!! Tja, overduidelijk het domein van de zeehonden...

Maar na twee dagen complete luiheid was het tijd om verder te trekken, Alleen, dat wel. In een echt krakkemikkige auto met 6 anderen naar Cincha gereden, elke centimeter is een zitplek hier in Zuid Amerika. De stad zelf is niet zo interessant, alleen chaotisch. Maar ik kwam voor El Carmen, het district 15 km. verderop waar ze geweldige carnaval schijnen te vieren met veel heupgezwier en cajones (typische kist als muziekinstrument). Helaas was dat allang voorbij, maar de Afrikaanse invloed blijft zichtbaar. Met het lokale busje aangekomen en zo ook bij een lokale familie gelogeerd, alles lokaal zeg maar. Susa, de joviale, rondborstige vrouw bij wie ik sliep, liep rond met vlechtjes, kraaltjes en exotische rokken en was echt een soort van big momma met 8 broers en zussen, allemaal into dansen en muziek. Ahum, hello caribbean?! Iedereen in El Carmen lijkt zo vanuit het Carribisch gebied te komen, maar velen zijn al generaties lang Peruaans dankzij de eerste Afrikaanse slaven die naar de kust van Peru werden gevoerd. Het waren ontzettend leuke mensen, heel hartelijk en ze gaven me echt het ons kent ons gevoel. Toen ik aankwam werd het hele huis meteen schoongemaakt, met iets wat danwel behoorlijk stonk naar amoniak, maar goed, het gaat om het gebaar. De stoffige ´achtertuin´ werd ook nog even gedemonstreerd. Het grootste varken wat ik ooit had gezien huisde daar (bleh), kippen kakelden en natuurlijk stond er ook een blok hout met hakmes. Toch heeeel lekker gegeten, Susa=kookprinses. Het was echt een kleine gemeenschap rondom een plaza met kerkje en half wit geschilderde palmbomen, iedereen vrienden en iedereen dansen:). Toen was geluk heel gewoon haha...

Volgende avond in compleet andere sfeer doorgebracht. Een avond in Miraflores in Lima wat gedronken met een Nieuw Zeelander. Miraflores is enorm toeristisch, het leek wel op het Rembrandtplein in Amsterdam, overal lichtgevende barretjes, proppers en mensen op havanas en op zijn minst rijk uitziende Peruanen. Afijn, Miraflores dus wel gezien, volgende keer maar naar het centrum van Lima. Lima is nog wel aardig dodgy moet ik zeggen, bepaalde buurten kom je beter niet als toerist en doen je denken aan de Bronx ofzo. Er is zo enorm veel contrast tussen de echt armzalige krottenwijken rondom de stad en de bmw´s waar ze in Miraflores inrijden. Het is ook heel hectisch, groot en heel veel verkeer. Nee, niet echt mijn stad.

Terug naar het platteland dan maar. En dan bedoel ik ook echt platteland. James, die Amerikaan die ik had ontmoet in de bus naar Pisco, heeft me de volgende dag hartelijk verwelkomd op de boerderij/vrijwilligers gemeenschap van Lucia. Wederom twee heel leuke dagen gehad, tussen wollige puppies, een katholieke familie met een verhaal, fruit en groenteplantages, cavia´s en konijnen (om te eten) en James´verjaardagsfeestje zonder elektriciteit, maar met kampvuur, een sterrenhemel, Buena vista social club, huayno (folklore muziek) en vrouwonvriendelijke reggaeton (voor de zestienjarige Peruaantjes onder ons). Ook hebben we met zijn allen Caral gezien. Een archeologische site van nog voor de Inka´s. Er is zo enorm veel gebouwd en zoveel kennis vergaard hier in Peru, ze blijven maar oude civalisaties ontdekken. Ben benieuwd over wat voor gronden ik soms loop...

Slechts 6 uur verderop bevond ik me daarna in een geheel andere regio dichtbij: De Andes...Hier een van mijn mooiste trek gemaakt met houd je vast 7 Israelis (al zou je ze willen vermijden lukt het je nog niet) en tot mijn grote opluchting ook nog een Belg. Hij was ook nog eens een behoorlijke kletskous van zinnige dingen dat wel, dus ik heb me geen moment verveeld. Zonder hem had ik het toch niet uitgehouden tussen deze groep aardige, maar o zo luidruchtige en veeleisende groep Isreali´s. 4 dagen trekken 3 nachten kamperen in de vaak stromende regen zonder douche. Maar het was echt onvergetelijk. De machtige Andes bestaat uit meer dan dertig 6000 pieken. Volgende missie: berg beklimmen? Aah ja, die missie heb ik toch maar even uitgesteld voor de volgende keer. Deze reis heb ik mijn voetjes min of meer veilig op de grond gehouden. Dat wil zeggen plus 4000 meter. ´Dicht bij de grond´ viel namelijk ook al heel wat te beleven ondanks de hoeveelheid aan modder. Overhangende bomen waar je glinsterende elfjes rondom verwacht, wilde paarden, bemoste rotsen temidden van een compleet Niemandsland, azuurblauwe riviertjes, kleine (vaak arme) bergdorpjes, stille meren waar zelfs Peruanen genieten en hun middagdutje houden en de meest gekke en mooie vegetatie. Zoveel gezien wat niet te vinden valt in de Nederlandse tuin haha. Eergisteren goed en wel terug in Huaraz wat ook een heel leuke stad is met veel traditie en prachtige Peruaanse meisjes.

Nu ben ik op weg richting de Amazone en heb een tussenstop gemaakt in Trujillo wat een stad gaat worden voor de Peruaanse yup. Toch een leuke dag gehad met een Colombiaan in Huanaco dichtbij Truijllo. Chan Chan bekeken wederom een archeologische site waarvan nog steeds acht paleizen zijn bedekt met zand (zoals ik al zei Peru is het paradijs voor archeologen).

En nu, nu bevind ik me in Tarapota. Een stadje met aan de ene kant jungle en aan de andere kant de Andes. Het is vochtig, regenachtig, en ontzettend warm. Geen traditionele kledij hier hoor. Iedereen in rokjes, slippers en in riskja´s op de markt. Ik heb meer het gevoel in Azie te zijn dan in Peru. De mensen zijn hier overigens niet zo aardig, vraag me niet waarom, maar iedereen is hier een beetje chagarijnig (misschien stijgt de hitte naar je hoofd en opgewekte humeur). Maar dat neemt niet weg dat ik wel ben uitgenodigd voor een traditioneel feest in een dorpje verderop. Dat is waar ik me dus straks bevind. En hopelijk vaar ik overmorgen de Amazone af in bananenrokje op mijn vlot, geteisterd door muggen. Dat laatste natuurlijk niet, maar varen ga ik wel. Nou, beste mensen het was me wel weer een verhaal. Ik ben zelfs moe nu (logisch na een 20 uur durende busreis) en ik ga maar eens een gebakken visje en banaantje eten. Tot heel erg snel!!

liefs AS

Geplaatst door littlelost 10:07 Gearchiveerd in Peru Reacties (0)

Inka Cola

sunny

Lieve iedereen,

Tijd voor een nieuwe update! Ik schrijf vanuit Pisco, een klein dorpje aan de kust van Peru vlak onder Lima. De straten zijn hier ongeplaveid, de kleine winkeltjes stoffig en overal zijn riksja´s en chemisch, geel Inka Cola domineert.

Ongeveer anderhalve week terug zijn Bebhinn, mijn Ierse vriendin, en ik richting Sorata gereisd vanuit La Paz. Echt een verademing na hectisch La Paz. Een ontzettend ontspannen sfeertje hing er in dit lokale dorpje. Vanuit ons hostal keken we uit op een groene vallei, hoorden we de rivier ruisen en zagen we witte bergtoppen. We waren alletwee dolgelukkig, des te meer omdat er in een dorpje van amper 5000 inwoners ook nog een heel leuke reggae bar bleek te zijn met twee aapjes. De volgende dag voor dag en dauw opgestaan voor een 8 uur durende trek. Wonderbaarlijk genoeg, viel het me behoorlijk mee. Ik was zoo blij in Sorata. De vogels, de enorme vallei, alle bergtoppen, de paadjes, het lokale leven. Erg Heidi allemaal. Eenmaal aan de top samen met onze aardige gids, begon het ironish genoeg, te stort hagelen. Maar mijn poncho bleek een goed schuil huisje voor ons twee en eigenlijk was het leuk en behoorlijk verfrissend. Het was echt een geweldige dag. Ik had graag langer willen blijven, maar we moesten verder richting Copacabana wat een toeristisch oord bleek te zijn vlakbij Lake Titikaka. Toch een heel gezellige avond gehad in een ´restaurante vegetariano´ (speciaal voor toeristen), maar wel met schnitzel op de menukaart, natuurlijk....? De busreis was ook ontzettend rozig en geel rond zonsondergang. Wat een meer, magisch mooi, geen wonder dat het drukbezocht is.

De volgende dag opnieuw vroeg opgestaan en samen met het franse koppel een boot gepakt richting Isla del Sol. Dit is het heilige eiland van de Inka´s waar de zon is geboren. Om het maar kort en krachtig te zeggen, in één woord: WAUW! Ik heb de laatste weken, vooral in Bolivia en nu ook in Peru zo´n goede tijd gehad. Isla del Sol doet denken aan Griekenland. We waren allemaal zo blij met de geverfde vissersbootjes, de eilandjes, de zon, de vis en ons hostal aan het lege strand. Natuurlijk waren er toeristen, maar de meesten vertrokken dezelfde dag nog. De lokale bevolking was ook zo vriendelijk, hola hier, qué tal daar. Het half afgemaakte huis naast ons hostal werd ook ingewijd met bloemkransen, panfluit en zwalkende dronken Boliviaantjes rond het middaguur. Hoe hilarisch om te zien. En de kindjes, zo knuffelbaar! In hun blote kontjes, rokjes en vlechten lachend en langs de kust spelend. We hebben rondgewandeld, ruïnes bekeken en een bootje gehuurd. Het huren was een avontuur op zich. Niemand wist hoe of wat, de mannetjes die het bootje zouden verhuren verdwenen in het niets om een uur later terug te komen zonder boot, om uiteindelijk maar hun vrouw te laten aan meren en een willekeurige prijs te laten vaststellen. Roeien kon ik natuurlijk niet, wát zwaar en navigatie bleek ook niet mijn sterke kant hehe. Maar we hadden lol, want geloof het of niet, we zijn ook meteen maar twee keer vanaf een klif gesprongen. Normaal gesproken ben ik niet zo´n held, bovendien was het water echt ijskoud, maar dit keer was het perfect. Ik ben namelijk niet zomaar in een meer gesprongen, het was toevallig wel Lake Titikaka haha. Om het maar helemaal perfect te laten klinken hebben we de twee avonden ook nog aan het strand gezeten met volle maan en een kampvuurtje samen met een groep reizigers bestaande uit Engelsen, Argentijnen, Finlandezen en Chilenen.

Tot mijn grote spijt heb ik Bolivia vanaf Lake Titikaka achtergelaten. Ik ben echt gaan houden van het land, het was veel intenser dan Argentinië, maar daarom des te specialer. Ik kom zeker terug, wanneer en hoe, geen flauw idee, maar ik kom terug!

Cusco in Peru, volgende bestemming!! Hola toerisme, hola mooie restaurantjes, hola mooi stadje. Cusco is prachtig, met haar artesania, plazas, oude straten en heeel veel leuke eetplekjes, maar La Paz is ruwer, echter en buigt niet zo hard voor toeristen (waarom zijn er alleen maar verkopers met kitschie aquarellen van Cusco? In plaats daarvan, waar zijn alle kraampjes met juices, nepfilms en verpakte aardappels met aji?). Afijn, heb toch een superleuke tijd gehad in de stad. Een bijna griezelige processie gezien (inclusief kerkklokken en brandweer sirenes?!) omringd door duizenden Peruanen. Indrukwekkend, de stad zag zwart van de mensen, jong en oud verenigd. Peruanen zijn echter anders dan Bolivianen, minder gesloten, minder donker en meer uitgesproken in hun gezicht. Natuurlijk zijn we uitgegaan en hebben we zelfs nog een lokale live band gezien.

En aan alles komt een eind, zo ook aan het samen reizen, wat vooral de laatste dagen heel erg goed was bevallen. Bebhinn was vertrokken en ik bleef achter om maar meteen een toer te boeken richting de Machu Picchu, de beroemde Inka ruines behorend tot één van de zeven wereld wonderen. Diezelfde avond nog een erg aardige, behoorlijk spirituele Peruaan ontmoet. Blijkt dus maar weer dat je alleen toch sneller mensen in alle soorten en maten tegenkomt. De toer bleek een goede keus, ondanks dat ik ook met een groepje zelfstandig de machu picchu had kunnen bezoeken.
Éen dag mountainbiken, de andere twee dagen trekken en de laatste dag om 4.30 opgestaan om ik weet niet hoeveel trappen in het donker te beklimmen om maar alle bussen met een lading aan toeristen voor te zijn. We hadden een leuke, sociale, en gemengde groep. Ik heb me echt prima vermaakt, veel geleerd en gehoord over Amerikanen en wederom het Israelische leger.Ik heb vier dagen achtereen gezweet, gezwoegd en ik heb geloof ik nog nooit zo hard gestonken. Ai mai, iedereen stonk zo hard, de laatste dag kon ik gewoonweg niet in de buurt van een groepgenoot komen. Niet dat we geen douche hadden, maar we hadden gewoon geen wasmachine...Mijn broek was drie dagen lang bedekt onder de modder en ik zat natuurlijk onder de muggenbeten, maar gek genoeg voelde ik me toch heel goed. De Machu Picchu zelf is adembenemend. Rond 6 uur ´s ochtends waren er weinig toeristen, en daar doemden de ruïnes voor ons op, om het maar chique te zeggen: simpelweg majestueus haha. Heb er echt even geen andere woorden voor. De damp vanaf de wolken, de zon die opkomt, de zwaluwen rondom de stenen bouwstelsels. Wat een civilisatie moet dat zijn geweest. Rond 11.00 waren we gelukkig uitgekeken, toen de zon bloedheet scheen en je amper nog een voet kon verzetten en zo ongeveer moest schuifelen richting de uitgang. Weg magie, welkom gringo (=toerist) circus. Na een hectisch afscheid (laten we het er maar ophouden dat de Peruanen nog aardig wat kunnen leren en moeten verbeteren aan hun vaardigheden wat betreft ´organisatie en reserveren´, soms vroegen we ons zelfs af of ze uberhaupt wel wisten wat dat was!) met de anderen, moest ik alleen de trein terug pakken richting Cusco. But not to worry.

Na een ellenlange en snikhete busreis, ben ik nu dus in Pisco. Het was wel gezellig. Had een aardige Amerikaan ontmoet die me heeft uitgenodigd om in the middle of nowhere zijn verjaardag te komen vieren met zijn inheemse Peruaanse gastfamilie, ach ja, waarom ook niet, graag zelfs!! Geen elektriciteit, slechts chicha (een zoet, donkerrood mais drankje), agricultuur en traditie. We zullen zien, ik ga in ieder geval genieten van alweer mijn laatste vier weken in Zuid Amerika.

Veel liefs,
AS.

Geplaatst door littlelost 18:49 Gearchiveerd in Peru Tagged backpacking Reacties (0)

Goedkope accommodatie in Peru

Lees recenties van andere leden van Travellerspoint.

Sí, por Bolivia

all seasons in one day

Lieve mensen,

de tijd gaat ontzettend snel. Ben inmiddels alweer ruim 3 weken aan het reizen door Bolivia, wat mij betreft een van de kleinste Zuid Amerikaanse landen, maar met een geheel eigen swing en kleur. Ja, er is veel armoede en velen leven onder miserabele omstandigheden, maar daarnaast is het ook een land met potentie. De Bolivianen die wel voldoende hebben om hun maag te vullen, lijken ook echt gelukkig en tevreden. Het land leeft. Net als sommige mannen, werken alle vrouwen enorm hard hier. Kilo´s aan bagage slepen ze mee in hun felgekleurde en gestreepte doeken, baby´s met wollen mutsjes hangen loom op hun rug, ze koken voor de markt, ze verkopen, ze maken de mooiste stoffen en producten en als het regent bedekken ze hun typische Boliviaanse hoed met kwastje met een plastic tas:). ´S avonds zijn er nóg meer markten, nog meer auto´s en mensen die rondstruinen. Geloof me, Bolivia is één grote markt en vooral La Paz is echt cool. Ik wist niet wat ik zag toen we de stad binnenreden. Het is een stad op 3600 meter hoogte, de rug en vlaktes van omringende bergen zijn volgebouwd met aardekleurige flats en gebouwen. De machtige en besneeuwde toppen van de Cordillera Real doemen op vanachter de wirwar van straten. Vanuit de bus zie je buiten het centrum mensen hutje mutje opeengepakt, rondlopend vee, overal prullaria en eten, trucks, ezels, arme boeren met 3 dozen op hun rug gebonden, en temidden van dat alles rijen vrouwen veelal met kinderen en baby´s, rustig naast elkaar zittend vanachter hun kraampje wachtend op klanten. Wat een bedrijvigheid en dat voor 7.00 ´s ochtends! Toch voelt La Paz heel rustig en compleet anders aan dan de hectiek van veel west Europese steden. Mensen sloffen hier tenminste nog op straat en maken nog een kletspraatje met elkaar. De bussen zijn geweldig, het lijken oude discotrucks en soms waan je je in Japan, aangezien de afgedankte minibusjes uit Azie met zwarte uitlaatgassen, voor de Bolivianen nog ´prima´ schijnen te functioneren. Vanuit de minibusjes schreeuwt ook altijd iemand de bestemming en de route voor eventuele passagiers. Niemand scheurt hier (het is geen Rome) met de auto, maar het is wel enorm druk, als voetganger rest je niets anders dan je te wurmen door de meest onmogelijke hoeken en gaten om maar aan de overkant te komen zonder kleerscheuren.

Wat ook opvalt, de hype rondom Evo Morales, de president. Overal, zelfs op het platteland temidden van coca terassen, opeens op een berg gekalkt, vind je leuzen en Boliviaanse kleuren: si, por la constitución! Maar protest is ook van alledag, zo ook in La Paz. Huilende vrouwen die roepen dat de regering hun bord met eten heeft afgepakt. Ondanks dat veel Bolivianen gesloten zijn en zeker minder extravert zijn dan de Argentijnen, is er dus blijkbaar een enorme wil om te leven en te verbeteren.

Er is ook een duidelijk contrast tussen de Bolivianen en de mensen hier in La Paz. De mensen die bedelen zijn altijd traditionele baseñas, de oude vrouwtjes van het platteland en boeren die hun heil tevergeefs zochten in de ´grote stad´. En zoals in elke hoofdstad, zie je hier ook min of meer blanke veelal intellectuele Bolivianen en moderne dames. Dit soort mensen zie je weer niet in de typische gringo (toerist) straatjes waar je je lamafoetussen tegenkomt, rare stenen, bedreigde diersoorten en gelukkig ook gewoon ponchos. Er is ook een heel interessant coca museum. Coca is echt een Boliviaans symbool, je komt het tegen in vlaggen, in thee, in rituelen, en vooral in iemands wang. Iedereen is COCA hier, of je nou boer, gids of marktvrouw bent. La paz is in elk geval bijzonder.

Voor dit alles, heb ik de zoutvlaktes bezocht samen met een Iers meisje en een frans koppel. Dat was inderdaad een magische introductie in Boliviaans natuurschoon. Onecht, werkelijk waar elk landschap een soort van fata morgana (is dit echt waar zo mooi?!). Een korte impressie: glinsterende meren zo glad als spiegels met witte bergtoppen, roze golven van flamingo kolonies, één vliegende flamingo weerspiegeld als twee op zijn kop in het water, lagoons zo groen als limoen, cactussen, bergen die op toetjes lijken temidden van een weidse vlakte, sissende geisers en zoutvlaktes zo wit en oneindig dat ik er een zonnesteek aan over heb gehouden. Echt ongeëvenaard. Plus dat het 4 supergezellige dagen waren. Onze gids en kokkin waren een getrouwd stel, schatten van mensen. Rustig en gesloten zoals zoveel Bolivianen, maar ontzettend liefdevol.

Met zijn vieren doorgereisd naar Potosí, en geloof het of niet, dit is de hoogste stad van de wereld op zo´n 4000 meter, dat is bijna 1000 meter hoger dan de hoogste berg, de Mont Blanc in Europa! Aiai, wat was ik bang dat de hoogte me wat zou maken. Maar met niet meer dan hoofdpijn, rare maagklachten en een keer overgeven, ben ik er gelukkig relatief goed vanaf gekomen met behulp van antibiotica (had ook wat verkeerds gegeten), dat overigens wel. Potosí was hoe dan ook schokkend. Wat een raar stadje. Koloniaal, echt Boliviaans, ontzettend rijk in geschiedenis en dan zooo hoog. Jaja, de mijn, al 500 jaar oud (geheid dat er een instortingsgevaar dreigt, maar niemand bekommert zich om het feit dat waarschijnlijk 400 mijnwerkers worden bedolven, niet eens de mijnwerkers zelf, bizar, maar de enige manier om te overleven) is de grootste attractie, zo voelt het ook als je eenmaal het apenpakje aan hebt inclusief helm met licht. Ik heb gewikt, gewogen, ik heb getwijfeld of ik een kijkje in de mijn wilde wagen en of het eventueel mijn leven waard was. Wat ooo oooh, het was een risico, besefte ik toen ik me goed en wel bevond in een holle gang, glad, donker en waarschijnlijk onder de chemicaliën. Maar het was het dubbel en dwars waard, absoluut, zonder twijfel. Dit had ik niet alleen willen zien, misschien zou iedereen dit moeten zien, zo ging ik erin en zo kwam ik er ook uit. Die mijn is een ondergrondse hel waarin dagelijks honderden Bolivianen hun leven wegkauwen met coca bladeren en wegademen aan asbest, sulfur en andere rotzooi. 13 jaar is een normale leeftijd om een gat te hakken voor je dynamiet, 45 jaar is een normale leeftijd om ziek in je graf te eindigen. Een enorme reality check. Ik kwam er compleet beduusd uit. Er valt zoveel interessants te vertellen over deze mijn, over de tradities, de historische onderzoeken, maar het is niks in vergelijking met de ervaring, dat is echt een klap voor je kop, een klap om niet te vergeten.

Daarna zijn we verder gereisd naar Sucre. Een paar leuke dagen gehad en naar een stadje gereisd, Tarabuco. Het was zo toeristisch, je was er automatisch niet meer dan een wandelend dollarbillet. Terecht waren we gevlucht naar meer afgelegen straatjes waar we de meest ongewassen, maar schattige kinderen aantroffen, kuddes vee in perfecte co-existentie (mama zwart varken, samen met oom ezel en families schaap) en lokale winkeltjes. Dat maakte het al met al goed.

Inmiddels alweer een week in La Paz. Supertocht gemaakt met de mountainbike over de Death road. Klinkt gevaarlijk, het had heel gevaarlijk kunnen zijn, maar elk normaal nadenkend persoon weet dat je vooral niet naast de afgrond moet gaan fietsen, geen rare stunts moet uithalen terwijl je naar beneden dendert, en bij bochten het rustig aan moet doen, tenzij je je leven sportief weg wil fietsen. Vandaar dat ik nog steeds in goede gezondheid verkeer en ondanks de stromende regen, echt heb genoten van de jungle-achtige natuur.

Morgen gaan we de Yungas in om een dag of wat te gaan trekken. Ik heb namelijk het gevoel dat ik Bolivia niet echt leer kennen. Natuurlijk leer ik het ergens kennen, maar het is niet makkelijk om hier off the beaten path te gaan. Tot nu toe is het heel veilig, maar elke gringo trail is veilig haha. Ik voel echt dat er zo inmens veel en meer valt te ontdekken aan dit land, aan haar mensen en tradities. Ik had dolgraag naar Santa cruz gewild, waar het veel tropischer schijnt te zijn, maar vanwege de dengue epidemie, geld en tijd kon het niet. Maar toch ben ik blij dat ik in ieder geval een beetje kan reizen, ruiken en proeven aan Bolivia. Ik ben ook blij dat ik met mensen reis (bijna iedereen schijnt dat te doen uit veiligheid), toch ben ik veel alerter, soms rustiger en ontmoet ik veel meer mensen, als ik alleen ben. Maar beide manieren zijn goed.

Ok, dit stuk was misschien iets saaier en uitgebreider, maar hee, ik schrijf ook voor mezelf hier, en ik moest het allemaal even op een rijtje zetten. Hopelijk genieten jullie van het rijtje!

liefs,
AS

Geplaatst door littlelost 13:15 Gearchiveerd in Bolivia Reacties (1)

Tupiza Tupiza Tupiza

sunny 25 °F

Lieve mensen,

na drie keer slikken gedag gezegd aan Argentinië. Dat was ook meteen de eerste echte stap verwijderd van Europa. In Bolivia besef ik namelijk pas hoe Europees Argentinië was. Heb mijn laatste week in het noorden van Argentinië goed besteed. Voordat ik weer op de fiets ben gestapt in Salta, had ik eerst nog het Che guevara huis bezocht. Dè nationale held van argetinië en voor een groot deel van Zuid amerika. Heel interessant om te zien, maar wat een mythevorming om ´onze´ Che heen zeg. Altijd kritisch blijven is belangrijk natuurlijk, zelfs als het slechts een overvloed aan sleutelhangers, t-shirts en lelijke portretten betreft.

Afijn, ver weg van het huis van de ´held´, heb ik een heerlijke middag gehad op een rots tussen het riet met twee schattige jongetjes: Michele en Fernando. We waren eigenlijk van plan om een waterval te bezoeken, maar aangezien, ongelukkige en typische ik, met kleding en al was uitgegleden, pats boem in het water, besloot ik wijselijk om op te drogen (inclusief mijn aardig doorweekte paspoort natuurlijk) en de rest niet langer op te houden (had toch al even geen zin meer in nóg meer schrammen, natte voeten en enge rotsen).

Ik heb me supergoed vermaakt met de jongetjes trouwens. De één zijn broek was tot op de draad versleten tot aan piepende gaten bij de kontzakken toe (geloof het of niet, het is echt waar) en de ander droeg niet alleen versleten, maar ook nog eens, ik denk 4 maten te grote schoenen. Hun vader had een huisje gebouwd aan de rand van de rivier en hun moeder was verdwenen sinds 10 jaar. Dat heeft Argentinië dus ook te bieden, armoede en ellende. Het waren echter net kleine aapjes, verlegen, maar eenmaal uit hun schulp gekropen gingen ze los. Ik had zelfs nog een afscheidkusje verdiend en ik hoop echt dat ze die vrolijkheid kunnen behouden, maar ik vrees van niet.

Het leven gaat verder, en dus ben ik de dag daarop weer vol goede moed op de fiets gestapt in Salta samen met twee sociale Canadezen en een aardige Amerikaan. Langs enorme rotsformaties, vlaktes en zeven kleurige bergen, bekruipt je het gelukkige road runner gevoel, alhoewel ik vaak als laatste aankwam trappen in de waarschijnlijk verkeerde versnelling. Zucht. Een auto was een stuk ontspannender geweest. Die optie had ik met de drie Israëli´s, maar ik was het Hebreeuws inmiddels al wel een beetje beu.

Vanuit Salta het lieflijke Humahuaca bekeken. De invloed van Bolivia was meteen een stuk zichtbaarder. Kleine gedrongen, bruingebrande vrouwtjes in felgekleurde rokken, verpluiste vesten, en hoedjes domineerden het straatbeeld. Erg gezellig allemaal, maar ik was er snel genoeg uitgekeken. De volgende uitdaging, jawel: BOLIVIA!

De grens tussen de twee landen was slechts een immigratiepost, maar bij de eerste stap op Boliviaans grond, bevond ik me ook overduidelijk in een ander land. Markten die uitpuilen van nepfilms en ander prullaria, ponchos en alpaca´s, mensen met kilo´s gewicht op hun rug en zanderige straten. Enigszins obscuur was het er wel, ik was daarom ook blij dat ik kon vertrekken na 3 uur te hebben gewacht op de bus. Humpy bumpy was de weg, maar ik heb de reis overleefd richting Tupiza. De volgende twee dagen met twee wat oudere Spanjaarden opgetrokken in dit geweldige stadje. Eén van hen woonde al 15 jaar overal en nergens in Bolivia en leefde van nieuws fotografie. Een beetje een ongeschoren figuur, maar interessant. Dat vond hij zelf geloof ik ook wel, vandaar dat ik nu dus alles af weet van de onstuimige Zuid Amerikaanse geschiedenis. Maar na twee dagen kwamen de monologen me wel de neus uit en kon ik geen politiek of geschiedenis meer aanhoren. Adiós dus maar!

In elk geval, I just love Tupiza. Het is er aangenaam, de mensen zijn er een stuk vriendelijker dan in het noordelijke Bolivia (mede dankzij hun warmere klimaat), en er is genoeg te eten. Dat wil zeggen, je ziet heel duidelijk dat niemand er rijk is (de gemiddelde Tupizaan verdiend 100 euro per maand zo is me verteld), maar iedereen heeft kleren en voldoende te eten (omdat het geen duit kost, een enorm bord met pasta en ander ondefineerbaar voedsel erop gekwakt gemaakt door de lokale vrouwen zo´n 50 cent kost). De markten zijn bezaaid met zelf verbouwd fruit, mais en brood. Ik was gedwongen om een week te verblijven, omdat ik wachtte op een Iers meisje met wie ik samen de zoutvlaktes ga bezoeken.

Maar ik voelde me echt bijzonder goed in Tupiza. Zo goed dat ik meerdere lokals heb ontmoet. De kapper op de hoek die serieus de Chinese zangeres Teresa Teng draaide in zijn winkeltje, de kokkin met haar bolhoedje en vlechten achter haar salteña kraampje, een gezellig Boliviaantje die me introduceerde aan de ons kent ons Tupizaanse jongelui, de bouwvakker en de politiek fanaten allemaal achter hun president Evo Morales. En het allergrappigste was, niet alleen ik leerde wat mensen kennen, blijkbaar werd er ook al over mij gepraat. Ja, die Japanse, die zo vaak loopt rond te struinen hier, aah, ja daar heb je d´r weer. Haha, ik ben nu dus omgedoopt tot Japanse. Na een paar dagen leek ik me bijna gaan te vervelen, aangezien de hostals in Bolivia over het algemeen een stuk minder sociaal zijn ingericht dan in Argentinië (geen dorms, geen keuken, geen gezellige patio), maar rust was eigenlijk wel even goed voor me.

Na 4 dagen ontmoette ik opnieuw een Israëli. En wat bleek: hij was juist teruggekeerd van de zoutvlaktes toer met dè drie Israëli´s van wie ik meer dan een week geleden afscheid had genomen in Salta. Tja, de backpack wereld is klein, dit gaat me zeker nog een keer overkomen.

Morgen is het overigens mijn beurt, op naar één van de meest indrukwekkende natuurgebieden ter wereld zonder horizon (hoe maf is dat!), de zoutvlaktes: Salar Uyuni. Heb er ontzettend veel zin in, het is de eerste toer waar ik echt echt naar uitkijk. We gaan echt te gekke foto´s maken, want zonder horizon is alles mogelijk. Magie alom.

dikke kus,

Aansan

Geplaatst door littlelost 18:39 Gearchiveerd in Bolivia Tagged backpacking Reacties (1)

(Berichten 1 - 5 uit 8) Pagina [1] 2 » Volgende